Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na een periode van arbeidsongeschiktheid, waarbij het UWV de eerste ziektedag met terugwerkende kracht heeft vastgesteld op 7 maart 2019. Eiseres betwist deze datum en stelt dat zij na deze datum nog werkzaam was en dat er onvoldoende medische onderbouwing is voor het oordeel van het UWV.
De rechtbank heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV beoordeeld, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en bedrijfsartsen. Uit deze rapporten blijkt dat eiseres al vanaf 7 maart 2019 arbeidsongeschikt was, mede vanwege een ernstige psychiatrische stoornis, hetgeen eiseres niet voldoende heeft betwist.
De rechtbank concludeert dat het UWV de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht heeft vastgesteld en dat eiseres vanaf 4 maart 2021 recht heeft op een WIA-uitkering van 80 tot 100%. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, en zij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter M.A. Broekhuis en griffier S. Hoeijmans op 20 juli 2023. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.