ECLI:NL:RBDHA:2023:10922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beslissing op bezwaar vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken beroepsgronden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 31 augustus 2021. Volgens artikel 6:5, eerste lid, Awb moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, waarin specifiek wordt aangegeven waarom men het niet eens is met het bestreden besluit. Eiser heeft in het beroepschrift geen gronden vermeld.
De rechtbank heeft eiser bij brief van 28 september 2021 verzocht dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Eiser heeft binnen deze termijn geen beroepsgronden ingediend noch een verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld conform artikel 8:54 Awb Pro en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier B. van der Wiel en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden ondanks herstelverzoek.