ECLI:NL:RBDHA:2023:10954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevatten. Het beroepschrift van eiser bevatte geen gronden.
De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht alsnog gronden in te dienen binnen vier weken. Eiser heeft hier niet op gereageerd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier R. de Mul en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.