ECLI:NL:RBDHA:2023:10960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar tegen weigering verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 14 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Nadat de staatssecretaris op 22 juni 2022 het bezwaar heeft behandeld en besloten, is er geen bezwaar meer aanhangig. De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en het verzoek daarmee niet ontvankelijk is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar reeds is afgedaan en er geen bezwaar meer aanhangig is.