ECLI:NL:RBDHA:2023:10961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 14 maart 2022.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Nadat verweerder op het bezwaar had beslist bij besluit van 30 juni 2022, was er geen bezwaar meer aanhangig. De voorzieningenrechter heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is als er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar is afgehandeld en het beroep in een andere procedure is behandeld, is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat bezwaar en beroep reeds zijn behandeld.