ECLI:NL:RBDHA:2023:10962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar bij afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 7 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 20 juni 2022 het bezwaar inhoudelijk behandeld en beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en geoordeeld dat het verzoek kennelijk ongegrond is omdat het bezwaar reeds is afgehandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar reeds is beslist.