ECLI:NL:RBDHA:2023:10973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van gronden tegen besluit verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat het geen gronden bevatte, terwijl artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vereist dat het beroepschrift de punten bevat waarop men het niet eens is met het bestreden besluit. De rechtbank heeft eiser vervolgens bij aangetekende brief de mogelijkheid geboden om alsnog binnen vier weken gronden in te dienen.
Omdat eiser niet heeft gereageerd op deze herstelmogelijkheid, verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.