ECLI:NL:RBDHA:2023:11012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Uit de beoordeling blijkt dat het beroepschrift geen gronden bevat waarop het beroep is gebaseerd, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 Awb Pro.
De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief de gelegenheid gegeven om alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Daarom is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep niet inhoudelijk behandeld. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.