ECLI:NL:RBDHA:2023:11015
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden in verblijfsvergunningzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevat waarop het beroep is gebaseerd, zoals vereist volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiser vervolgens schriftelijk de mogelijkheid geboden om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier R. de Mul en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.