ECLI:NL:RBDHA:2023:11020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd afgewezen en het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Eiser heeft echter geen gronden ingediend.
De rechtbank heeft eiser bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar daarop is geen reactie ontvangen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en behandelt het de zaak niet inhoudelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.S. van der Velde.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.