ECLI:NL:RBDHA:2023:11023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 1 april 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Nadat op 30 juni 2022 het bezwaar was behandeld en afgewezen, verzocht verzoeker alsnog om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een verzoek om voorlopige voorziening slechts mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat het bezwaar al was afgehandeld en het beroep in een andere procedure was beslist, was er geen bezwaar meer aanhangig. Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.