ECLI:NL:RBDHA:2023:11025
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat dit geen gronden bevatte, terwijl artikel 6:5 Awb Pro vereist dat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevat. De rechtbank heeft eiser vervolgens bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Gezien het ontbreken van beroepsgronden en het uitblijven van een reactie op het herstelverzoek, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. De rechtbank zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.S. van der Velde, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden ondanks herstelverzoek.