ECLI:NL:RBDHA:2023:11026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 24 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit. Vervolgens heeft hij tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De staatssecretaris heeft op 24 augustus 2022 op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Omdat het bezwaar reeds is afgehandeld, wordt het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan tijdens een beroep bij de bestuursrechter.
De rechtbank heeft inmiddels uitspraak gedaan in het beroep met zaaknummer AWB 22/5633. Gezien deze omstandigheden wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en het beroep is beslist.