ECLI:NL:RBDHA:2023:11030

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juli 2023
Publicatiedatum
26 juli 2023
Zaaknummer
AWB 22/7023
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar en beroep

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als zelfstandige, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De staatssecretaris heeft op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig was toen het verzoek om voorlopige voorziening werd gedaan. De rechtbank constateert dat er geen beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.

De voorzieningenrechter baseert zich op de artikelen 8:81 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht en wijst het verzoek af zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/7023

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer],
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 november 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 6 maart 2023 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.
2. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb wordt het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
3. Uit het dossier dat de rechtbank ter beschikking staat is niet gebleken dat beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar. Er is dus geen connex beroep. Het verzoek wordt op grond van artikel 6:6, onder a, van de Awb, in combinatie met artikel 8:81, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open