ECLI:NL:RBDHA:2023:11030
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar en beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als zelfstandige, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig was toen het verzoek om voorlopige voorziening werd gedaan. De rechtbank constateert dat er geen beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter baseert zich op de artikelen 8:81 en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht en wijst het verzoek af zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.