ECLI:NL:RBDHA:2023:11105
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdige beslissing asielaanvraag tijdens besluitmoratorium Afghanistan
Verzoeker diende op 27 augustus 2021 een asielaanvraag in. De Staatssecretaris stelde een besluitmoratorium in voor asielaanvragen van Afghaanse vreemdelingen, dat van toepassing was vanaf 14 oktober 2021 tot 21 juli 2022. Verzoekers aanvraag viel binnen dit moratorium.
Verzoeker ging op 12 oktober 2022 in beroep wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De Staatssecretaris nam op 30 maart 2023 alsnog een beslissing, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De Staatssecretaris weigerde deze vergoeding te betalen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit WBV 2022/22, dat beslistermijnen verlengt, niet op verzoekers aanvraag van toepassing is omdat de beslistermijn door het beëindigen van het moratorium al was verstreken. De ingebrekestelling was dus niet prematuur en het beroep was ontvankelijk.
Omdat de beslissing pas na het beroep werd genomen, is de Staatssecretaris gehouden tot vergoeding van proceskosten. Gezien het beperkte geschil en het inschakelen van een professionele hulpverlener werd een vergoeding van €418,50 toegekend, zijnde de helft van het standaardbedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.