Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige met Somalische nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van vrees voor bedreiging door de familie van zijn zwangere vriendin en discriminatie vanwege zijn stam. Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.
In beroep stelde eiser dat hij en zijn moeder bedreigd en aangevallen zijn door de familie van zijn vriendin, onderbouwd met een ziekenhuisbrief en foto’s. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende bewijs was geleverd, mede door het ontbreken van vertalingen en onduidelijkheid over de betrokkenen. Ook bleek dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat discriminatie zijn maatschappelijke functioneren onmogelijk maakt.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat adequate opvang aanwezig is bij familie in Somalië, waarmee verweerder rekening had gehouden conform het TQ-arrest. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs voor ernstige risico’s en de aanwezigheid van opvang, werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige Somalische asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte dreiging en aanwezigheid van adequate opvang in Somalië.