ECLI:NL:RBDHA:2023:1119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens motiveringsgebrek, terugkeerbesluit gehandhaafd
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het terugkeerbesluit is gebaseerd op zware gronden zoals het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het onttrekken aan toezicht en onvoldoende medewerking bij het vaststellen van identiteit en nationaliteit. Eiser betwist deze gronden en voert onder meer aan dat hij sinds 2017 in Nederland verblijft en niet op de hoogte was van de toezichtverplichtingen.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris terecht de zware gronden aan het besluit heeft ten grondslag gelegd. Het ontbreken van een paspoort en inreisstempel, de eigen verklaring van eiser over zijn illegale verblijf en het niet melden bij bevoegde autoriteiten ondersteunen dit oordeel. De lichte gronden behoeven geen bespreking. Hierdoor is het beroep tegen het terugkeerbesluit ongegrond.
Ten aanzien van het inreisverbod stelt eiser dat dit onevenredig is en strijdig met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank constateert dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is omtrent de afweging van persoonlijke omstandigheden, zoals het hebben van een vriendin in Nederland. Dit leidt tot vernietiging van het inreisverbod, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de toelichting van de Staatssecretaris.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser en wijst het beroep in zoverre toe. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en openbaar gemaakt op 6 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het inreisverbod gegrond verklaard en het inreisverbod vernietigd wegens motiveringsgebrek, met in stand blijvende rechtsgevolgen.