ECLI:NL:RBDHA:2023:11242

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2023
Publicatiedatum
28 juli 2023
Zaaknummer
NL22.10207
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 64 VwBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens medische redenen

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd bepaald dat zij niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek om medische redenen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster wegens betalingsonmacht is vrijgesteld van het betalen van griffierecht. Verweerder maakte geen bezwaar tegen het verzoek voor zover het betreft het niet uitzetten van verzoekster totdat op het bezwaar is beslist.

De voorzieningenrechter besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor verzoekster niet mag worden uitgezet en de bestaande voorzieningen worden gecontinueerd totdat het bezwaar is afgedaan. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster.

Uitkomst: Verzoekster mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.10207

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: A.J. Philipse).

Procesverloop

In het besluit van 9 mei 2022 heeft verweerder ambtshalve bepaald dat verzoekster niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek om medische redenen.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht ten aanzien van de verplichting tot het betalen van het griffierecht. Zij heeft daartoe een verklaring omtrent inkomen en vermogen overgelegd. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat het beroep op betalingsonmacht dient te worden gehonoreerd, zodat verzoekster in deze procedure is vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van griffierecht.
2. Bij brief van 21 juli 2023 heeft verweerder de voorzieningenrechter laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening, voor zover dit ziet op het niet uitzetten van verzoekster tot er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.
3. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening treffen dat verzoekster niet mag worden uitgezet en dat de geboden voorzieningen moeten worden gecontinueerd totdat op het bezwaar is beslist.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Die punt heeft een waarde van € 837 bij een wegingsfactor 1.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat verzoekster niet mag worden uitgezet en dat de
geboden voorzieningen moeten worden gecontinueerd tot op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.