ECLI:NL:RBDHA:2023:11263
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na inwilliging machtiging voorlopig verblijf in nareiszaak
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Nadat verweerder het besluit heeft genomen om de aanvraag in te willigen, heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting uitspraak gedaan over het verzoek om proceskostenveroordeling. Gezien het feit dat verweerder aan het beroep tegemoet is gekomen, is het verzoek van verzoekster als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de wegingsfactor 'licht', omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze kosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 na inwilliging van de mvv-aanvraag.