ECLI:NL:RBDHA:2023:11265
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling in asielprocedure
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, maar dit beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend. Opposant stelde hiertegen verzet in, dat op zitting werd behandeld.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetzaak alleen of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Opposant voerde aan dat de ingebrekestelling niet prematuur was en dat de rechtbank ten onrechte artikel 21 van Pro de Dublinverordening niet had betrokken. Volgens hem had geopposeerde eerder een claimverzoek moeten indienen.
Uit bewijsstukken blijkt echter dat het claimverzoek binnen drie maanden na de asielaanvraag is ingediend, conform artikel 21 Dublinverordening Pro. De rechtbank volgt de eerdere uitspraak en verklaart het verzet ongegrond. De buiten-zittinguitspraak blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.