ECLI:NL:RBDHA:2023:11270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van zijn asielverzoek. De rechtbank heeft het beroep op 29 juni 2023 behandeld en beoordeelt de zaak aan de hand van de Dublinverordening en de Eurodac-verordening.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 19 november 2022 in Duitsland is geregistreerd met een referentienummer dat duidt op een asielaanvraag, en dat Nederland op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat deze registratie correct is. Eisers betoog dat hij geen asielaanvraag in Duitsland heeft ingediend en dat hij onder dwang zijn vingerafdrukken moest afstaan, wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vertrouwd op de Duitse autoriteiten en dat eiser zich tot de Duitse autoriteiten moet wenden indien hij klachten heeft.
Verder voert eiser aan dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, de hardheidsclausule, op zijn situatie van toepassing zou moeten zijn vanwege bedreigingen door een mensensmokkelaar in Duitsland. De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris dit verzoek terughoudend toetst en voldoende heeft gemotiveerd waarom geen gebruik wordt gemaakt van deze discretionaire bevoegdheid. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bijzondere omstandigheden van onevenredige hardheid aanwezig zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier C.G.H. van der Holst op 14 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.