Eisers hebben op 14 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinsleden in het kader van nareis. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist en heeft deze termijn met drie maanden verlengd. Eisers hebben verweerder op 17 januari 2023 in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en de ingebrekestelling rechtsgeldig is. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval in de zin van de Awb. De aardbeving in Turkije, waar de gezinsleden verblijven, rechtvaardigt geen kortere beslistermijn.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor iedere dag dat de termijn wordt overschreden. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers ad €418,50.