Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid: een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank heeft op zitting de gronden van eiser beoordeeld, waaronder het betoog dat hem ten onrechte geen vertrektermijn is gegeven, dat het inreisverbod onterecht is opgelegd en dat de maatregel van bewaring niet had mogen worden toegepast omdat eiser zou kunnen terugkeren naar Albanië.
De rechtbank oordeelt dat het risico op onttrekking aan toezicht voldoende is onderbouwd met zware en lichte gronden, waardoor het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van het inreisverbod rechtmatig zijn. Ook is vastgesteld dat eiser niet zelfstandig terug kan keren naar Albanië, waardoor de maatregel van bewaring terecht is opgelegd.
Ambtshalve toetsing bevestigt de rechtmatigheid van de besluiten. De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.M. Verhoeven.