ECLI:NL:RBDHA:2023:11378
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico op terugkeer
Eiser, een Ivoriaanse jongeman, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder een aanvraag in Italië had gedaan. Hij vreesde vervolging vanwege conflicten tussen vakbonden in Ivoorkust, waarbij zijn vader als president van een vakbond betrokken was en werd aangevallen. Eiser stelde dat hij zelf bedreigd en mishandeld was en dat hij lid was geweest van een jeugdbende.
De staatssecretaris achtte de verklaringen over de bedreigingen vanwege het vakbondswerk van de vader ongeloofwaardig, mede vanwege summiere en inconsistente verklaringen van eiser. Ook was niet aannemelijk dat eiser een reëel risico liep vanwege zijn eerdere lidmaatschap van een criminele groep, aangezien hij deze vrijwillig had verlaten en geen recente bedreigingen had ondervonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende gedetailleerd kon verklaren over het vakbondswerk van zijn vader en dat zijn beroep op artikel 3 EVRM Pro niet aannemelijk was gemaakt. Verder was de overlijdensakte van de vader onvoldoende onderbouwing voor het asielrelaas. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag wordt definitief afgewezen.