ECLI:NL:RBDHA:2023:11380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank beoordeelt het beroep op basis van de aangevoerde beroepsgronden en het feit dat Nederland een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan, waarop Frankrijk niet tijdig heeft gereageerd, wat wordt gezien als aanvaarding van het verzoek. De rechtbank stelt vast dat eiser op 17 juni 2023 vrijwillig de opvanglocatie heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken.
Hoewel de gemachtigde van eiser heeft aangegeven dat er nog contact is via e-mail en telefoon, is dit onvoldoende concreet gemaakt en is niet duidelijk waar eiser verblijft of of hij nog in Nederland is. Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij anders blijkt.
De rechtbank concludeert dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank doet geen inhoudelijke beoordeling en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te beschermen belang.