De rechtbank Den Haag heeft op 25 juli 2023 het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring van 5 juli 2023 beoordeeld. Eiser was aangehouden op grond van artikel 447E Sr na een staandehouding tijdens een politietoezicht wegens een woningoverval. De rechtbank oordeelt dat de aanhouding strafrechtelijk was en niet verkapt vreemdelingenrechtelijk.
Eiser voerde aan dat het formulier M122, dat mededeling van ophouding regelt, niet was uitgereikt en dat de ophouding langer dan de toegestane zes uur duurde. De rechtbank constateert dat het formulier M122 wel is uitgereikt en opgenomen in het dossier. Wel is vastgesteld dat de ophouding langer duurde dan maximaal is toegestaan, maar dit gebrek weegt niet zwaarder dan de belangen die met de bewaring zijn gediend.
Verder stelde eiser dat Nederland zijn eigen land is, waardoor verwijdering niet mogelijk zou zijn. De rechtbank acht deze grond niet passend voor de maatregel van bewaring en wijst erop dat de situatie van eiser, geboren in Marokko met Marokkaanse nationaliteit, afwijkt van de jurisprudentie waarop hij zich baseert.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelt de staatssecretaris wel in de proceskosten van eiser wegens het geconstateerde gebrek in de duur van de ophouding.