ECLI:NL:RBDHA:2023:11395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Georgische nationaliteit wegens veilig land van herkomst
Eiser, van Georgische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na langdurig verblijf in Oekraïne. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Georgië als veilig land van herkomst wordt beschouwd. Eiser betoogde dat zijn band met Oekraïne sterker is en dat ook Oekraïne als veilig land van herkomst had moeten worden beoordeeld, maar de rechtbank verwierp dit omdat eiser de Georgische nationaliteit erkent.
Daarnaast voerde eiser een beroep op het vertrouwensbeginsel aan vanwege het ontvangen van leefgeld en opvang in Nederland als Oekraïense vluchteling, maar de rechtbank oordeelde dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was omdat eiser wist dat hij Georgische nationaliteit bezit.
De rechtbank vond het inreisverbod van twee jaar niet onredelijk, ondanks het bezwaar dat eiser zijn familie in Oekraïne niet kan bezoeken. De rechtbank stelde dat het inreisverbod niet geldt voor Oekraïne en dat andere manieren van familieleven mogelijk zijn.
De aanvraag werd terecht als kennelijk ongegrond afgewezen, het beroep ongegrond verklaard en de kosten werden niet aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond met een inreisverbod van twee jaar.