Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 17 augustus 2022 een aanvraag in voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv). De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had volgens de Vreemdelingenwet binnen 90 dagen moeten beslissen, uiterlijk op 13 maart 2023. Ondanks ingebrekestelling op 13 april 2023 werd geen besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat de termijn is overschreden en dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De reeds verschuldigde dwangsom van 4 mei tot 14 juni 2023 wordt vastgesteld op €1.442.
De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van €418,50 aan eiser. Er is geen verweerschrift ingediend en er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigen.