ECLI:NL:RBDHA:2023:11411
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op medische gronden
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had op 29 december 2020 een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op basis van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens medische redenen. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek op 20 mei 2021 af en handhaafde deze afwijzing in het besluit van 17 maart 2023 op bezwaar.
Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft in de uitspraak van 1 augustus 2023 het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Op grond hiervan werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarmee werd bepaald dat verzoeker tot vier weken na de beslissing op bezwaar niet uit Nederland mag worden verwijderd.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker ter hoogte van € 837,00, omdat de gemachtigde een verzoekschrift had ingediend. Er werden geen overige kosten vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker mag tot vier weken na bezwaar niet uit Nederland worden verwijderd.