ECLI:NL:RBDHA:2023:11417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank heeft het onderzoek heropend in afwachting van een uitspraak van de meervoudige kamer over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije. Deze uitspraak bevestigde dat de staatssecretaris terecht kon verwijzen naar dit vertrouwensbeginsel, ondanks algemene berichten over pushbacks in Bulgarije.
Eiser stelde dat hij in Bulgarije mishandeld en gediscrimineerd is en dat zijn overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU. De rechtbank oordeelde dat deze individuele omstandigheden onvoldoende zijn om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook het beroep op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening wegens onevenredige hardheid faalde omdat de omstandigheden niet individueel en bijzonder zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter D.M. Schuiling en griffier M. Lok.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.