ECLI:NL:RBDHA:2023:11423
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 30 augustus 2022 waarbij zijn verblijfsrecht is beëindigd en hij Nederland onmiddellijk moet verlaten. Tevens is hij ongewenst verklaard. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat geen spoedeisend belang bestaat, omdat geen datum voor uitzetting is gepland en de staatssecretaris heeft aangegeven verzoeker te zullen horen in de bezwaarprocedure. Ook het feit dat het Gerechtshof op 7 augustus 2023 het bezwaarschrift behandelt, vormt geen spoedeisend belang. Verzoeker heeft niet onderbouwd waarom een voorlopige voorziening invloed zou hebben op die procedure.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is en wijst dit af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.