Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Argentijnse vrouw, kreeg op 31 januari 2023 een inreisverbod van twee jaar opgelegd omdat zij de toegestane verblijfsduur van 90 dagen in het Schengengebied met 127 dagen had overschreden. Zij stelde dat het inreisverbod onterecht was omdat zij op 11 januari 2023 was getrouwd met een Nederlandse staatsburger en zich daarmee als gezinslid van een EU-burger op grond van Richtlijn 2004/38/EG en het Metock-arrest op rechten kon beroepen.
De rechtbank oordeelde dat deze richtlijn niet van toepassing is omdat de Nederlandse echtgenoot nooit in een andere lidstaat dan Nederland heeft verbleven en dus geen recht op vrij verkeer heeft uitgeoefend. Ook het Metock-arrest was niet relevant, omdat het ziet op andere situaties waarbij een derde lander legaal in een andere lidstaat verbleef. Bovendien had eiseres geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om binnen 28 dagen tegen het terugkeerbesluit bezwaar te maken.
De rechtbank stelde vast dat het inreisverbod terecht was opgelegd op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet en artikel 6.5a van het Vreemdelingenbesluit vanwege de ernstige overschrijding van de verblijfsduur. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiseres een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf had ingediend, die bij toekenning aanleiding kan zijn tot opheffing van het inreisverbod.
Uitkomst: Het beroep tegen het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard.