ECLI:NL:RBDHA:2023:11445

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 juli 2023
Publicatiedatum
2 augustus 2023
Zaaknummer
AWB 23/4229
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbReglement Onthoudingen en Verstrekkingen (ROV)Maatregelenbeleid inclusief Regeling Onthoudingen VerstrekkingenCOA-huisregels mei 2020
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging strafmaatregel COA wegens agressief en respectloos gedrag in opvanglocatie

Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) legde eiser op 20 maart 2023 een strafmaatregel op, inhoudende een eenmalige inhouding van €12,95 van zijn leefgeld, wegens agressief en respectloos gedrag bij de GezondheidsZorgAsielzoekers (GZA).

Eiser stelde dat de feiten anders waren voorgesteld en dat hij geen ruzie had gemaakt. Hij had een verklaring van de dokter gevraagd, die volgens hem onjuist was. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende had toegelicht welke gedragingen tot de maatregel hadden geleid en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich niet agressief had gedragen.

De rechtbank concludeerde dat het gedrag van eiser een overtreding van de COA-huisregels betrof en dat de opgelegde strafmaatregel terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de strafmaatregel van het COA wegens agressief en respectloos gedrag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/4229
V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

en

Het bestuur van het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een strafmaatregel op grond van het Reglement onthoudingen en verstrekkingen (ROV) opgelegd, inhoudende dat €12,95 eenmalig wordt ingehouden van eisers leefgeld.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verweerder heeft aan de maatregel ten grondslag gelegd dat eiser agressief en respectloos gedrag heeft vertoond bij de GZA (GezondheidsZorgAsielzoekers). Nu alle bewoners zich aan de normen en waarden dienen te houden die binnen het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) gelden, heeft verweerder aan eiser een ROV-maatregel 1 opgelegd op grond van het ‘Maatregelenbeleid inclusief Regeling Onthoudingen Verstrekkingen’. Verweerder meent dat de gedraging van eiser betreft aard en omvang zodanig ernstig is, dat dit het opleggen van de maatregel rechtvaardigt.
2. Eiser voert aan dat hij het niet eens is met het besluit. Volgens eiser heeft verweerder de zaken anders voorgesteld dan hoe een en ander feitelijk heeft plaatsgevonden. Eiser heeft aan de dokter gevraagd om op papier te zetten wat er met zijn neus is gebeurd. Eiser heeft dit papier nodig om aan de politie te laten zien. De dokter wilde niets uitleggen en doet alsof eiser met haar heeft gevochten. Eiser stelt dat hij geen ruzie heeft gemaakt en dat de dokter zijn probleem niet heeft opgelost.
De rechtbank oordeelt als volgt.
3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit voldoende heeft uitgelegd welke gebeurtenis tot de maatregel heeft geleid, welke rol eiser daarbij had en wat de gevolgen daarvan waren voor de omgeving. Uit het bestreden besluit blijkt dat eiser zich agressief en respectloos heeft gedragen. Dat verweerder een onjuiste gang van zaken heeft gegeven, zoals eiser stelt, is niet gebleken. Eiser heeft verder ook niet onderbouwd dat hij niet geschreeuwd zou hebben.
4. Verweerder heeft deze gedragingen van eiser mogen kwalificeren als een vorm van agressie en respectloos gedrag richting GZA-medewerkers, wat volgens de COA-huisregels van mei 2020 in opvanglocaties van het COA strikt verboden is. Met zijn gedrag heeft eiser de huisregels in zijn opvanglocatie dus overtreden.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan
binnenzes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.