ECLI:NL:RBDHA:2023:11448
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
In deze bestuursrechtelijke asielzaak heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat op dezelfde dag in een gerelateerde bodemzaak uitspraak is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst hij het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak al is beslist.