Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 augustus 2023 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [woonplaats], verzoekers
Procesverloop
Overwegingen
€ 20.000,-;
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hadden dwangsommen opgelegd gekregen vanwege strijdige situatie op hun perceel, met een begunstigingstermijn van 24 weken tot 18 mei 2023 om de overtredingen te beëindigen. Na het verstrijken van deze termijn constateerde het college dat de overtredingen niet waren opgeheven en dat de dwangsommen van rechtswege waren verbeurd.
Verzoekers dienden op 26 juni 2023 een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het besluit van 28 juni 2023 waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet spoedeisend was omdat de begunstigingstermijn al was verstreken en de maximale dwangsommen waren bereikt.
Verder overwoog de rechter dat verzoekers het verzoek om voorlopige voorziening eerder hadden kunnen indienen, maar dit niet hadden gedaan. Omdat er nog geen invorderingsbeschikking was, bracht het verbeuren van de dwangsommen wel een betalingsverplichting mee, maar geen acuut nadeel.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en veroordeelde verzoekers niet tot vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.