Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend op 25 oktober 2022, terwijl verweerder uiterlijk op 23 april 2023 had moeten beslissen. Na een ingebrekestelling op 22 mei 2023 en het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, is het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit en achterstanden bij nareisaanvragen, wordt een termijn van 20 weken opgelegd, waarbij verweerder een dwangsom van €100 per dag riskeert bij overschrijding, met een maximum van €7.500. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen en proceskosten.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en stelt vast dat verweerder nog niet inhoudelijk op de aanvraag heeft beslist. De uitspraak biedt duidelijkheid over de termijn waarbinnen verweerder moet beslissen en benadrukt het belang van tijdige besluitvorming bij nareisaanvragen.
Uitkomst: De rechtbank legt een termijn van 20 weken op voor alsnog besluit en stelt dwangsommen vast wegens niet tijdig beslissen.