ECLI:NL:RBDHA:2023:11489
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag statushouder Denemarken
Eiser diende op 14 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag op 28 juni 2023 niet-ontvankelijk en beval eiser terug te keren naar Denemarken, waar hij internationale bescherming geniet sinds 2015. Eiser voerde aan dat hij in Denemarken geen woning, werk of medische zorg had en dat hij racistisch werd behandeld, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet-ontvankelijk verklaarde op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser nog steeds internationale bescherming geniet in Denemarken. Daarnaast voldeed eiser niet aan de voorwaarden voor een afgeleide asielvergunning, omdat hij niet gelijktijdig met zijn familie Nederland is binnengekomen of binnen drie maanden is nagereisd.
Eiser stelde dat de procedure onzorgvuldig was en dat relevante informatie van de Deense autoriteiten niet tijdig werd gedeeld, maar de rechtbank verwierp dit. Ook het beroep op artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn en het arrest Ibrahim van het Hof van Justitie slaagden niet, omdat eiser zijn stellingen onvoldoende onderbouwde.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen, dat eiser niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.