ECLI:NL:RBDHA:2023:11500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling zorgregeling en vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing
De zaak betreft een verzoek van de moeder tot vervallen verklaring van een schriftelijke aanwijzing en tot vaststelling van een zorgregeling voor drie minderjarige kinderen die onder toezicht staan en uit huis geplaatst zijn.
Na uithuisplaatsing verblijven de kinderen bij pleeg- en gezinshuisouders. De moeder had een regeling waarbij zij de kinderen begeleid één uur per week zag, maar deze werd aangepast door de gecertificeerde instelling vanwege zorgen rondom een van de kinderen. De moeder was het niet eens met de wijze van aanpassing en de communicatie hierover.
Tijdens de zitting trok de moeder het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing in, maar handhaafde zij het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling. De gecertificeerde instelling voerde verweer en benadrukte de noodzaak van flexibiliteit en regie bij haar vanwege de behoeften van de kinderen.
De kinderrechter oordeelde dat het belang van de kinderen voorop staat en dat de regie bij de gecertificeerde instelling moet blijven. De moeder moet wel goed geïnformeerd worden over beslissingen om miscommunicatie te voorkomen. Het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling werd afgewezen en het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing werd niet meer behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt afgewezen en er is niets meer te beslissen over het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing.