ECLI:NL:RBDHA:2023:11523
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser diende op 1 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 7 februari 2023 stelde eiser de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Vervolgens werd op 1 maart 2023 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van negen maanden indien sprake is van een grote instroom van vreemdelingen. De staatssecretaris had deze verlenging rechtsgeldig toegepast met inwerkingtreding van het WBV 2022/22, waardoor de beslistermijn voor eiser eindigde op 1 november 2023.
Omdat de ingebrekestelling van 7 februari 2023 werd gedaan vóór het einde van de verlengde beslistermijn, was deze prematuur. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. De rechtbank verklaarde het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.