ECLI:NL:RBDHA:2023:11524
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiseres, van Syrische nationaliteit, diende op 1 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij brief van 7 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag en stelde vervolgens op 1 maart 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, die op 1 februari 2023 zou eindigen, rechtsgeldig is verlengd met negen maanden op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 en de situatie van een groot aantal gelijktijdige asielaanvragen.
Daarmee eindigt de beslistermijn op 1 november 2023, waardoor de ingebrekestelling van 7 februari 2023 prematuur was. Het beroep voldoet niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.