ECLI:NL:RBDHA:2023:11531
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens rechtsgeldige termijnverlenging
Eiser diende op 5 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 5 mei 2023 verstrijken. Eiser stelde de staatssecretaris bij brief van 23 mei 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde vervolgens op 8 juni 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van negen maanden indien sprake is van een grote instroom van vreemdelingen. Met de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 is de beslistermijn voor asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren beslist, met negen maanden verlengd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze situatie zich voordeed.
De rechtbank concludeert dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is en dat de ingebrekestelling van 23 mei 2023 prematuur was. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.