ECLI:NL:RBDHA:2023:11541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroepschrift bevatte geen gronden waarop eiser zijn beroep baseerde, terwijl dit volgens artikel 6:5 Awb Pro wel vereist is.
De rechtbank heeft eiser tweemaal schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie gekomen. Gezien het ontbreken van gronden verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier E.C. Jacobs en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.