ECLI:NL:RBDHA:2023:11543
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser diende op 1 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde eiser bij brief van 2 december 2022 op de hoogte van een verlenging van de beslistermijn met negen maanden, ingegeven door het WBV 2022/22 en de grote instroom van asielaanvragen.
Eiser stelde de staatssecretaris op 5 december 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 20 december 2022 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, die op 1 december 2022 zou eindigen, rechtsgeldig is verlengd tot 1 september 2023. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur.
Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb en wordt als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.