ECLI:NL:RBDHA:2023:11547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat dit geen gronden bevatte waarop het beroep kon worden gebaseerd. Op grond van artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevatten. Omdat eiser geen gronden heeft ingediend, heeft de rechtbank hem bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken alsnog gronden te overleggen. Hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en behandelt zij het beroep niet inhoudelijk. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.