ECLI:NL:RBDHA:2023:11549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Nadat op het bezwaar was beslist, heeft verzoeker beroep ingesteld en een nieuw verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een bezwaar of beroep aanhangig is, conform artikel 8:81, eerste lid, Awb. Nu er geen bezwaar meer aanhangig is ten tijde van het verzoek, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar.