ECLI:NL:RBDHA:2023:11558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afgewezen verblijfsvergunning regulier
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 13 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 4 augustus 2022 op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Tevens is er geen beroep ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, zodat ook geen beroep meer openstaat. Hierdoor voldoet het verzoek om een voorlopige voorziening niet aan de vereisten van artikel 8:81 Awb Pro, dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk maakt indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.