ECLI:NL:RBDHA:2023:11563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij zijn bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het geen gronden bevatte waarop het beroep was gebaseerd, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiser vervolgens de mogelijkheid geboden om alsnog binnen vier weken gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ingediende beroepsgronden.