ECLI:NL:RBDHA:2023:11564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken gronden in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke niet in behandeling is genomen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard door verweerder. Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, hetgeen een vereiste is volgens de Awb. Verzoeker is per aangetekende brief verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie gekomen. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.