ECLI:NL:RBDHA:2023:11565
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken gronden in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 1 juli 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 18 augustus 2022. Tegen dit bestreden besluit is beroep ingesteld.
Verzoeker heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. Dit verzoek bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter heeft verzoeker schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen binnen twee weken, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.