ECLI:NL:RBDHA:2023:11570
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken gronden
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoekschrift en constateerde dat dit geen gronden bevatte. Op grond van de Awb moest de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren, maar eerst verzoeker de mogelijkheid bieden om alsnog gronden in te dienen. Verzoeker reageerde niet op dit herstelverzoek.
Verweerder gaf aan dat op het bezwaar zou zijn beslist, maar dit bleek niet te leiden tot een connex beroep. Hierdoor kon het verzoek niet inhoudelijk worden behandeld en werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.